Enschede/ Overijssel

Vertel het verder

  • Google Bookmarks
  • Twitter
  • Windows Live
  • Facebook
  • MySpace
  • Like to learn German in Stuttgart?
  • Yahoo! Bookmarks

Facebook Like button

Fout
  • Fout bij laden feed data.
Elke seconde kun je opnieuw geboren worden. Elke seconde kan er een nieuw begin zijn. Het is een keuze. Jouw keuze.
Depressieve patronen? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Anne Pek   
donderdag, 21 mei 2015 06:58

De een haalt de schouders op na een tegenvaller, de ander raakt in een dip of erger. Het verschil? Beperkende leefregels, oftewel de ‘zie-je-wel-reflex’. Zo ontsnap je uit die neerwaartse spiraal. 

Van die dagen dat alles misgaat. De koffie valt om, de trein valt uit en een aardige collega doet ineens behoorlijk bot.


Nee, dat zijn geen levensgebeurtenissen waarover je in een autobiografie zou uitweiden. Toch is uit onderzoek gebleken dat het geregeld onbenullige incidenten zijn die maken dat mensen in een depressie raken.


‘Dat komt doordat op zulke momenten vaak de zie-je-wel-reflex optreedt,’ zegt klinisch psychologe Claudi Bockting, adjunct-hoogleraar depressie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Mensen denken dan bijvoorbeeld: “Zie je wel, ik ben vreselijk onhandig” of “Zie je wel, ze mogen me niet”. Waarmee de negatieve gevoelens die ze misschien al hadden, nog eens worden versterkt.’


Eigenlijk hebben we allemaal wel een setje van die reflexen, zegt Bockting: punten waarop we wat kwetsbaarder zijn. De meeste stammen uit onze kindertijd. ‘Vaak zit er de stem van een afwijzende ouder achter, of levenservaringen die je toen opdeed.’
 


Psychologen noemen die reflexen ook wel leefregels, omdat ze ons in het dagelijks leven helpen snel betekenis te geven aan wat we meemaken. En dat is over het algemeen heel handig, bijvoorbeeld omdat je zo reacties van de mensen om je heen sneller kunt plaatsen. ‘O ja, ze snappen mijn humor niet’, ‘O ja, ik was weer te kort door de bocht’ – dat werk.


Maar mensen die vatbaar zijn voor langdurige somberte hebben vaak reflexen die aan het doel voorbijschieten. Bockting: ‘Hun leefregels zijn extremer en meer rigide. Ze veranderen niet mee als de situatie verandert.’


Zo had Bockting ooit een patiënte die als kind meemaakte dat haar vader het gezin verliet. In de jaren erna verhuisde ze meermalen met haar moeder, en raakte ze dus steeds schoolvriendjes kwijt. ‘Bij haar had zich de leefregel vastgezet dat iedereen haar uiteindelijk in de steek liet. Inmiddels had ze al jaren een vaste relatie en een aantal hechte vriendschappen, maar dat nam ze nauwelijks waar. Maar toen een collega met wie ze het goed kon vinden overstapte naar een andere baan, kwam dat zo hard aan dat ze in een depressie raakte.’

 


Uit de groef komen


Het inzicht dat disfunctionele leefregels mensen vatbaar maken voor dips en depressies, is niet nieuw. De bekende Amerikaanse psychotherapeut Aaron Beck ontwikkelde het al in de vorige eeuw. Wat wél van recente datum is, is het inzicht dat je er andere leefregels naast kunt zetten.


Inderdaad, zegt Claudi Bockting ernaast. ‘Als een leefregel eenmaal diep ingesleten is, blijkt hij namelijk niet meer afgeleerd te kunnen worden. Maar we weten tegenwoordig dat je er wel nieuwe associaties bij kunt maken. En als die maar aantrekkelijk genoeg zijn, kunnen ze je toch uit die “groef” trekken.’


Daarom heeft Bockting de afgelopen jaren een cursus ontwikkeld waarin mensen met terugkerende depressies hun disfunctionele leefregels opsporen en als tegenhanger leefregels formuleren die juist wél een fijn gevoel geven. ‘Droomleefregels’ doopte Bockting die laatste, omdat ze niet per se realistisch hoeven te zijn. De vrouw die er voortdurend op rekende in de steek gelaten te worden, bedacht bijvoorbeeld de regel dat iedereen dol was op haar. Wat ze ook deed, niemand zou haar ooit nog alleen laten.


Door daar uitgebreid en beeldend over te fantaseren, blijken zulke ‘droomleefregels’ verrassend snel kracht te krijgen. ‘Ik was er tien jaar geleden ook sceptisch over,’ bekent Bockting, ‘maar het werkt écht. Mensen staan zichzelf weer toe als een kind te fantaseren en een goed gevoel over zichzelf te hebben.’

Natuurlijk zijn droomleefregels irreëel. Bockting: ‘Maar dat is “iedereen laat me stikken” ook. En het is een feit dat je jezelf voortdurend langs de lat van je eigen leefregel legt. Als die luidt “ik ben een mislukkeling”, dan zie je alles wat je doet in termen van mislukken. Een succes is dan hooguit een niet-zo-enorme mislukking. Maar als je op deze manier uiteindelijk iets vaker “ik ben oké” weet te denken, ga je zelfs in dingen die niet perfect gingen iets goeds zien. En dat maakt al een groot verschil.’


Een andere recente verrassing voor Claudi Bockting: de meeste mensen blijken deze oefeningen prima op eigen houtje te kunnen doen. ‘Zolang ze geen depressie hebben dan. Wie geregeld somber is of meer grip op zichzelf wil krijgen, kan daar net zo goed op eigen gelegenheid aan werken. Onderzoek heeft dat bevestigd.’ Vandaar dat Bockting haar cursuservaringen in boekvorm heeft gegoten; hierboven geeft ze alvast een aantal tips.

 

Stappenplan voor nieuwe leefregels
Geregeld behoorlijk van slag door onbelangrijke gebeurtenissen? Grote kans dat daar een ‘disfunctionele leefregel’ achter zit. Maar het is mogelijk om je te onttrekken aan de greep van zo’n beperkende leefregel. In hun boek Tussen dip en droom geven depressiespecialist Claudi Bockting en gezondheidszorgpsychologe Evelien van Valen een uitgebreide versie van het volgende stappenplan:

 

1. Stel vast welke leefregel u dwarszit
Veelvoorkomende regels zijn:
 

·     Bij mij gaat altijd alles mis

·     Ik móét aardig worden gevonden

·     Ik ben waardeloos

·     Ik ben een buitenbeentje

·     Uiteindelijk val ik door de mand

·     Ik ben saai

·     Ik ben een loser

·     Het komt niet goed met me

·     Als je niet voor me bent, ben je tegen me

·     Ik moet mijn best doen om anderen van me te laten houden

·     Ik ben kwetsbaar

·     Mensen zien niet wat ik doe

·     Zonder succes geen geluk


Claudi Bockting: ‘Meestal weten mensen direct als ze de lijst zien welke leefregel hun dwarszit.’

 

 

2. Ga ervan uit dat deze leefregel er niet voor niets is

Hij zal ooit zinvol zijn geweest. Vaak helpt het al om in te zien waarom je je deze regel hebt eigengemaakt. ‘Soms zul je ook moeten toegeven dat hij klopt,’ zegt Bockting; ‘Misschien bén je echt onaardig of onhandig. Wees dan reëel: als je er last van hebt, moet je gewoon aan die trekjes gaan werken. Of leren accepteren dat je zo bent.’

 

 

3. Stel een leefregel die niet meer functioneel is, op de proef: keer hem om

Zoek daarvoor een formulering die u een goed gevoel geeft. ‘Ik moet perfect zijn’ kan dus worden: ‘Ik ben perfect’, maar ook: ‘Ik leef er lekker op los’. Probeer zo beeldend mogelijk te bedenken hoe uw leven zou zijn als deze nieuwe leefregel bewaarheid werd. Zwelg in het gevoel dat dat oplevert. Zit u er helemaal in? Kijk dan nog eens naar de beperkende leefregel en leg uzelf opnieuw langs die lat. En, scoort u al een stuk beter?

 

 

4. Waarschijnlijk lukt het om zo een leefregel te formuleren die realistisch én fijn is

Zoals ‘Het is goed genoeg’ of ‘Ik ben oké’. Bockting: ‘Schrijf die op, plak hem op je badkamerspiegel of stop hem in je in portemonnee. Als je een leefregel vaker ziet, blijft hij je beter bij.’

 

5. Verwacht geen wonderen


Bockting: ‘Spanning en stress horen gewoon bij het leven. Wees dus een beetje mild voor jezelf als je toch weer in een dip raakt. Mensen denken vaak dat er iets met ze mis is als ze zich rot voelen. Dat is niet zo.’

Meer lezen?
Claudi Bockting en Evelien van Valen, Tussen dip en droom. Doorbreek je patronen, durf te voelen, Het Spectrum, € 18,99

 

 

 

 

Laatst aangepast op donderdag, 21 mei 2015 07:30
 
Hoe kom ik van die angsten af? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Administrator   
woensdag, 25 maart 2015 13:22

 

 

Hoe kom ik van die angsten af, Lisa M. Schab

Veel jonge mensen hebben last van angst- en paniek gevoelens en lopen soms vast in zorgelijke gedachten. Dat is niet zo vreemd omdat er op een bepaalde leeftijd heel veel in je lijf verandert, zowel lichamelijk als geestelijk.

Als je het idee hebt dat deze gevoelens de overhand krijgen en je de controle erover gaat verliezen wordt het tijd iets te ondernemen. Je kunt zelf aan de slag gaan en je kunt hulp zoeken bij je ouders, leerkrachten of een counseler.

Met dit werkboek kun je door middel van eenvoudige, maar doeltreffende activiteiten voorkomen dat angst en verwarring je leven gaan beheersen. Het leert je omgaan met de dagelijks terugkerende onzekerheden en helpt je met het opbouwen van een positief zelfbeeld.

Ook vind je tips voor aanvullende hulp en steun als je dat nodig hebt. Ga aan de slag en laat je niet langer verlammen door dwanggedachten. Een hulpboek voor jongeren vanaf 12 jaar.

Vrijheid

Auteur
Lisa Schab is Master of Social Work en Licensed Clinical Social Worker. Zij werkt al twintig jaar als zelfstandig therapeut met clienten met uiteenlopende levensproblemen. Haar specialisaties zijn eetproblemen, angst en depressie, echtscheiding en familieproblemen. Daarnaast schrijft zij help- en werkboeken voor kinderen, jongeren en volwassenen met als achtergrond haar brede therapeutische ervaring. Ook geeft zij trainingen aan professionals.

Boekgegevens
Titel: Hoe kom ik van die angsten af?
Subtitel: Vaardigheden en technieken om je te helpen omgaan met angst en zorgen
Auteur: Lisa M. Schab
ISBN: 9789085606079
Aantal pagina’s: 184
Prijs: € 19.90
Inkijken: Inhoudsopgave (PDF), Boekpreview (PDF)

Laatst aangepast op woensdag, 25 maart 2015 13:40
 
Maatschappelijk werk PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Administrator   
zaterdag, 07 juli 2007 09:54

Maatschappelijk Werk

  Heeft u ook wel eens een probleem? Vaak kunnen we problemen zelf oplossen met steun van vrienden of familie. Het kan zijn dat u daar niet verder mee komt. Dan kan het verhelderend zijn om met een maatschappelijk werker te praten.

De maatschappelijk werker bekijkt samen met u wat precies uw vraag is en hoe u daarbij het beste geholpen kunt worden. De maatschappelijk werker kan u informatie of advies geven, voor u bemiddelen met bijvoorbeeld een instantie of u begeleiden bij problemen. Soms is één gesprek voldoende. Soms zijn er meerdere gesprekken op kantoor of bij u thuis nodig om samen verder te zoeken naar een oplossing. Deze gesprekken kunnen alleen met u zijn, in een groep, of in overleg met u kunnen ook anderen bij de gesprekken betrokken worden.

Elke vraag en ieder probleem kunt u in vertrouwen bespreken met één van de maatschappelijk werkers. Zij hebben allen een beroepsgeheim.

Laatst aangepast op dinsdag, 17 augustus 2010 19:39
 
Mogelijke effecten van echtscheiding op het kind PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Molen, H. van der, S. Perreijn & M. van den Hout (2007), 'Klinische psychologie: theorieën en psychopathologie'. Groningen: Wolters-Noordhoff   
dinsdag, 27 september 2011 11:36

Op basis van onderzoeken in binnen en buitenland blijkt dat een scheiding effecten kan hebben op kinderen. Hier onder staat welke effecten het heeft voor kinderen van verschillende leeftijden (Van der Molen 2007):

Kind 0-2 jaar

·          Kind voelt dat vaste ritmes veranderen;

·          Gemis van een tweede verzorgende ouder;

·          Kind vangt ook negatieve signalen van de ouder(s) op en associeert die op onbewust niveau met negatieve gevoelsbeleving over zichzelf en de ouder(s);

·          Kind krijgt niet de mogelijkheid om beide ouders in gelijke mate als ouder te beleven;

·          Ouder(s) zijn emotioneel minder beschikbaar, minder sensitief en minder responsief;

·          Hechtingsproces loopt risico.

Peuter 2-4 jaar

·          Minder kans om zich te kunnen identificeren met beide ouders in hun ouderrol;

·          Risico dat kind de reden van echtscheiding aan zichzelf relateert;

·          Ouders kampen zelf met moeite (angsten) om greep te krijgen op hun eigen wereld die net is ingestort. Deze angst beïnvloedt mogelijke typische angsten van de peuter.

Kleuter 4-6 jaar

·          Legt de schuld van de scheiding bij zichzelf;

·          Interpreteert het vertrek van ouder als persoonlijke afwijzing;

·          Boosheid wordt elders geuit;

·          Is bang om andere ouder ook te verliezen;

·          Vertoont regressieverschijnselen;

·          Valt vooral terug op fantasie en magisch denken;

·          Heeft veel vragen over de toekomst.

Jong basisschoolkind 6-9 jaar

·          Kind maakt zich zorgen om ouder(s), gaat ouder tevreden stellen en zich aanpassen;

·          Prille identificatie met de ouder die het meest slachtoffer van de situatie is;

·          Risico op parentificatie (identificatie met de ouders);

·          Risico op slechte schoolprestaties als gevolg van een verstoring van het basale leerproces;

·          Eventueel schoolwisseling door echtscheiding/verhuizing midden in het basale leerproces;

·          Kind moet mogelijk stoppen met deelname aan clubs of hobby’s door financiële teruggang gezin.

Oudere basisschool kind 9-12 jaar

·          Zoekt compensatie buiten het gezin;

·          Verdriet en onbegrip omdat het ziet dat andere gezinnen nog wel intact zijn;

·          Voelt zich in de steek gelaten door ouder(s);

·          Kan scheiding rationeel wel begrijpen, maar emotioneel nog niet verwerken;

·          Ontwikkelt coping mechanismen om emotioneel overeind te blijven;

·          Verliest in geval van verhuizing vaste vriendjes;

·          Verliest door financiële teruggang deelname aan clubs, en dergelijke.

Jonge puber 12-14 jaar

·          Emotionele verwarring;

·          Wendt zich vervroegd af van het gezin;

·          Vertoont vooral problemen als ouder(s) nieuwe relatie aangaat;

·          Zoekt elders steun;

·          Zet zich heftig af zonder compensatie;

·          Sneller geneigd partij te kiezen, polarisatie;

·          Verandering in eigen ontluikende seksualiteit, of sneller of afhoudender;

·          Risico op horizontale relatievorming tussen ouder(s)-kind;

·          Minder sociale controle op het kind;

·          Sneller kans op afglijden.

Oudere puber 14-17 jaar

·          Schaamte;

·          Versterkte onzekerheid;

·          Boosheid;

·          Legt schuld bij de initiërende partij;

·          Versnelde losmaking van thuis;

·          Verlies van ontzag, respect voor ouders;

·          Aanpassingsproblemen;

·          Minder toezicht van ouders op de jongere;

·          Sneller afglijden.

Adolescent 17-20 jaar

·          Regressie;

·          Reactieformatie (bijvoorbeeld angst wegbluffen);

·          Overmatige aanpassing;

·          Compensatie;

·          Rationalisatie;

·          Ontkenning/verdringing;

·          Polarisatie.

 

 

Laatst aangepast op dinsdag, 27 september 2011 11:49
 
Maatschappelijk werk in Nederland PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door wikipedia   
zondag, 10 augustus 2008 23:13

Geschiedenis van het maatschappelijk werk (Nederland)

Hoewel er ook voor de 19e eeuw vormen van maatschappelijk werk in Nederland te vinden zijn liggen de wortels van het hedendaagse maatschappelijk werk met name in de 19e eeuw.

a) Gestimuleerd door de ideeën van de Verlichting werden rationele pogingen ontwikkeld om de armoede te bestrijden. Een belangrijk exponent hiervan was Johannes van den Bosch, die een poging tot opheffing van de armoede in Nederland ondernam door de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid. In deze periode ontstonden ook initiatieven op het gebied van de reclassering en de kinderbescherming. De oprichters van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen legden het accent op het volksontwikkelingswerk als instrument tot verheffing van de mensen. De gemeenschappelijke noemer was een optimistisch mensbeeld en een groot vertrouwen in een redelijke aanpak van maatschappelijke problemen.

b) Vanuit de kerken werd vooral een charitatieve en filantropische invalshoek gekozen. Hulpverlening werd gezien als een opdracht aan leden van de kerk. In rooms-katholieke kring leidde dat tot de oprichting van de Vincentiusverenigingen. In protestantse kring kwamen initiatieven onder meer uit de kringen van het Reveil, gestimuleerd door Ottho Gerhard Heldring. Ook het Leger des Heils van William Booth ging zich bezighouden met hulpverlening. Hulpverlening werd in deze kringen vooral gezien als een opdracht van God.

c) De strijd voor sociale verbetering door de arbeidersbeweging in de tweede helft van de 19e eeuw leidde tot nieuwe sociale wetgeving: kinderwetten, woningwet, zedelijkheidswetten, armenwet en arbeidswetgeving. Maatschappelijk werkers werden ingezet bij de uitvoering van deze wetten.

Tegen deze achtergrond ontstond een behoefte aan geschoolde hulpverleners. In 1899 werd daartoe door onder anderen Marie Muller-Lulofs, Hélène Mercier en Arnold Kerdijk de eerste school voor maatschappelijk werk opgericht.[1][2] Voor de Tweede Wereldoorlog zouden er nog drie volgen.

In het begin van de 20e eeuw lag het accent vooral op het volksontwikkelingswerk en het woningmaatschappelijkwerk. In die periode kwamen onder meer de woonscholen tot stand, buurten waarin getracht werd om probleemgezinnen op te voeden tot ‘nette’ bewoners. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er meer opleidingen voor maatschappelijk werker, die al snel sociale academies werden genoemd. Het maatschappelijk werk kwam onder invloed van ideeën uit Amerika, die in Nederland vooral door Marie Kamphuis werden verspreid. De aandacht kwam daarbij te liggen op de zelfredzaamheid van de cliënten. Door de ontwikkelingen in de jaren 70 verschoof het accent in het maatschappelijk werk, onder invloed van de Herman Milikowski (Lof der onaangepastheid), Saul Alinsky (Dat hoef je niet te nemen!) en Paulo Freire (Pedagogie van de onderdrukten) naar een meer op emancipatie gericht werken. Niet aanpassing van de cliënten aan de maatschappij, maar aanpassing van de maatschappij aan de cliënt was toen de invalshoek. In de laatste jaren van de 20e eeuw verschoof de aandacht weer meer naar een op de cliënt gerichte benadering. Uit die periode stamt de zogenaamde bemoeizorg.[3]

Laatst aangepast op donderdag, 19 april 2012 14:12
Lees meer...